cript> Alle tijd - maak van tijd je vriend
Alle tijd

Onderstaand artikel is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Begeleidingskunde, jaargang 2022, uitgave 3. Het is geschreven door Siets Bakker en Hilbrand Westra.

Samenvatting

Tijd wordt vaak ervaren als een vijand: we hebben er te weinig van (we zijn druk, druk, druk) of er is juist te veel van geweest. Dan noemen we het ‘oud’. Iedereen weet dat ‘nieuw’ en ‘jong’ aantrekkelijker is dan oud. Maar wie van tijd zijn vriend weet te maken, heeft álle tijd. Een waardevolle vriendschap voor iedere procesbegeleider.

In dit artikel stellen we Tijd aan je voor. We beginnen dichtbij: bij hoe tijd een rol speelt in jouw leven. Je lichaam heeft een balans nodig in hoe jij tijd, en ook ritme en ruimte, ervaart. Hoe beter die balans, hoe groter de inzetbaarheid van jouw potentie. Daarna plaatsen we tijd in perspectief van de geschiedenis: hoe tijd in onze Westerse samenleving is ontstaan. Het zegt namelijk veel over onze beleving hiervan. We verkennen vervolgens de richting die tijd kan hebben en maken een uitstapje naar tijdreizen. Dit artikel sluit af met hoe je zelf tijd en ruimte kunt maken voor het proces dat nodig is.

Lees niet te snel, maar neem de tijd die het vraagt en volg het ritme dat aangegeven wordt.

Inleiding 

Het is een bekende oefening. Je kunt het nu gelijk doen: doe je ogen dicht en wijs aan waar voor jou op dit moment het verleden is. Wijs daarna aan waar voor jou de toekomst ligt. De meeste mensen kunnen dit moeiteloos doen, hoewel het een wat eigenaardige instructie is. Hoezo kun je tijd aanwijzen in de ruimte? Is dit wat Einstein bedoelde met ‘ruimtetijd’? En hoe kun je dit gebruiken in je werk als begeleider of facilitator? Meestal wordt een lijn ervaren met het verleden achter je, het nu precies waar je lichaam is en de toekomst voor je.

Een andere vraag is: waar gaat de tijd eigenlijk naartoe? Het lijkt erop dat de tijd een begin- en een eindtijd kent. Althans, zo denken en leven we vaak met de tijd. Het is bijvoorbeeld hoe we afspraken met onze cliënten organiseren: we kiezen een tijd en een ruimte waarbinnen de ontmoeting en het werk plaatsvinden. We hebben onszelf getraind om binnen deze twee dimensies iets te doen dat zo van betekenis is voor de cliënt, dat deze tevreden verdergaat. Andersom is het precies wat de cliënten van ons verwachten: niet zelden bewaren ze als het ware een probleem of oplossing tot het moment dat en de plaats die onbewust vooraf zijn afgesproken. Soms is dat door een ingehouden (eerdere) vraag, maar het kan ook dat het precies op dat moment verschijnt, bewust wordt. Dit komt doordat het ingebed is in de relatie en het juiste moment tot leven komt.

Tijd, ritme en ruimte

 We beginnen bij het begin. De meeste mensen staan op omdat de wekker gaat. Vooraf is bepaald hoeveel slaaptijd er beschikbaar is. Ook het moment van slapengaan wordt vaak bepaald door wat de klok zegt, dikwijls bevestigt door wat je lichaam aangeeft. We staan op een bepaalde tijd op en gaan op een bepaalde tijd, vaak met wat minder discipline, naar bed. Alsof tijd een immer doorgaande lijn is. Dit wordt de lineaire tijd ofwel kloktijd genoemd of aangeduid met het Griekse woord ‘chronos’. Maar eigenlijk hebben we te maken met een dubbele verschijning van tijd. Want naast de lineaire tijd is er ook het ritme van ons leven ofwel de circulaire tijd; door de oude Grieken ‘kairos’ genoemd.

Kairos verwijst naar het juiste moment of het meest gunstige moment. Dit is dus niet vooraf bepaald en daarmee leidend, maar  volgend en dient zich gewoonweg aan. We hoeven daar dus niet voor te doen. Het was voor zowel de Grieken als de Israëlieten de verwijzing naar het juiste moment. Tegenwoordig is het eerder een kwaliteitsindicatie, vooral een verwijzing naar het optimale moment. Je kunt ook zeggen dat kairos verwijst naar gelegenheidstijd. In het moment doet zich de juiste gelegenheid voor. In een meer beklemmende versie is het bijvoorbeeld de ervaring van een nu-of-nooitmoment. En het gekke is dat het gelegenheidsmoment toch onderdeel is van een zeker ritme: het ritme van de dan bestaande tijd. Het kent een patroonherhaling, maar zonder een exacte kopie te zijn van wat voorafging. Het kent een zekere variatie, net zoals onze ademhaling of hartslag.

Ritme doet zich bijvoorbeeld ook voor in ons slaap-waakritme of circadiaanse ritme, in de volksmond ook wel de biologische klok genoemd (Groos & Rietveld, 1981). Het circadiaanse ritme bestaat uit meer elementen dan alleen tijd. Het wordt onder meer bepaald door de afwisseling tussen licht en donker dat in een etmaal plaatsvindt. Belangrijke fysiologische processen, zoals je lichaamstemperatuur, hartritme en hormoonafgifte, volgen het circadiaanse ritme. Ook de optimale balans tussen actief zijn en rusten wordt hierdoor geregeld.

Elk levend wezen heeft een interne kairosklok. Zo weten trekvogels wanneer het moment daar is om te vertrekken naar warmere oorden, en weten zalmen wanneer ze moeten terugkeren naar de plek van oorsprong om daar te paaien. Mensen zijn de enige soort met een chronosklok. Hoe meer ons lichaamsbewustzijn afgestemd is op de natuur – met kairos, vaak op een onbewuste wijze – hoe beter de fysieke balans is. Het ritme in de tijd zorgt dus voor balans in ons lichaam. En die kan kleine wijzigingen bevatten die we van tevoren nauwelijks konden voorzien.

Je lichaam heeft deze balans nodig en volgt het dus nauwlettend: licht, temperatuur en geluid, maar ook ruis, de zwaarte van de materie en de ruimte waarin je lichaam zich bevindt. Ruis is in deze zin alles wat aandacht vraagt, maar niet bijdraagt aan de balans. Een kloppende vinger doordat je daar een wondje hebt, is bijvoorbeeld ruis. Niet in slaap kunnen komen, doordat iemand die je lief is het zwaar heeft, is ook ruis. De zwaarte van materie geldt ook in letterlijke zin: zo brengt het gewicht van je dekbed een balans. De plek waar je bed staat is ook van betekenis. Probeer het maar eens: als je het hoofd- en voeteneinde van je bed omwisselt, zal je slaapervaring veranderen.

Daarmee is tijd niet een op zichzelf staand gegeven, maar is er een dialoog met de elementen gaande en voor de mens een ervaring van de tijd, voordat het zich voordoet. Dit noemt men ook wel de ervaren of geleefde tijd. Hartmut Rosa, een bekende hedendaagse denker over dit thema, doet naar aanleiding hiervan een oproep voor verlangzaming in plaats van versnelling (Rosa, 2015; zie ook de rubriek Gelezen in nummer). Hiermee blijkt maar weer dat het fenomeen tijd niet slechts de uren en de minuten zijn op de klok. De invloed van tijd is, door de manier waarop je je er als mens toe verhoudt, veel omvangrijker dan dat. Ruimte en tijd zijn een. Of, met andere woorden, de tijd heeft een directe relatie met de geografische werkelijkheid van waar(uit) je de vraag stelt (Rovelli, 2018). De geleefde of levende ervaring van de ruimte waarin je bent, bepaalt voor een groot deel je beleving en idee van de tijd.

Heel praktisch betekent dit dat je de tijd en ruimte dus ook zou moeten kunnen beïnvloeden. Misschien heb je weleens een bijna-botsing op de snelweg meegemaakt. Er zijn veel getuigenissen van mensen die voelden (dus via hun lichaam) dat er een botsing aan zat te komen en toen de tijd namen die nodig was om in de spiegels te kijken, te remmen, uit te wijken en te claxonneren. Dit gebeurt in enkele seconden. De tijd die nodig is om je te realiseren dat er gevaar is, duurt ook ongeveer een seconde. Theoretisch kun je dus – op voorwaarde dat je in afstemming met de ruimte bent – tijd inzetten om de realiteit te sturen naar een situatie waarin de minste objectieve en subjectieve schade wordt berokkend. Dit raakt aan wat metafysici zeggen over de relatie tussen tijd en ruimte: dat, als je vertraagt in de snelheid van de tijd, er plots meer ruimte lijkt te zijn dan voorheen. Of andersom, dat de ruimte de tijd biedt die zij nodig heeft als je je ervan bewust bent.

Dit klinkt misschien wat abstract of als iets nieuws, maar de kans is groot dat je dit mechanisme al talloze malen hebt toegepast. Als begeleider spreek je vooraf een bepaalde hoeveelheid kloktijd af met de cliënt; deze interventie gaat bijvoorbeeld een dagdeel duren. Bewust maar vooral onbewust stuur je dan samen op deze hoeveelheid tijd. Wij kennen ook collega’s die de spanning van het laatste half uur nodig hebben om een ingrijpende interventie te kunnen doen. Anderen vinden juist de reflectie en afhechting belangrijk en hebben daar altijd voldoende tijd voor.

Westerse historie van tijd

Een terugblik in de tijd en onderzoeken hoe iets ontstaan is, zorgt altijd voor waardevolle informatie – ook als het over tijd zelf gaat. Door de opkomst van de wereldwijde handel aan het begin van de middeleeuwen, ontstond er een grote behoefte aan betrouwbare kaarten. Een goede kaart was een ongelooflijk belangrijke troef in oorlog en handel. Niet voor niets werden kaarten altijd goed bewaard en verstopt. Bij grote rampspoed werden ze vernietigd; alles was beter dan de vijand zo’n belangrijk strategisch voordeel te geven. Behalve kaarten (die over ruimte gaan) was er behoefte aan betrouwbare en gedetailleerdere meetapparatuur van de tijd. De combinatie van die twee gaf informatie over afgelegde afstand, de locatie en verwachtte aankomst. Veel andere beslissingen konden hierop worden gebaseerd, bijvoorbeeld: varen we nog door met de huidige rantsoenen of moeten we voorraden inslaan? Tot dan toe waren er tientallen manieren om tijd bij te houden of te bepalen. Afhankelijk van de plek waar men zich bevond, volgde men een andere kalender en dagindeling.

De internationale handel was intussen enorm in omvang toegenomen. Er waren complexe netwerken van routes waar zowel handelswaar en mensen (zowel slaven als bemanningsleden) als informatie werden uitgewisseld. Net zoals we nu enkele standaarden hebben voor de software van onze belangrijkste toepassingen (iOS en Android), zo was er toen behoefte aan een standaardisering van tijd. De internationale scheepvaart heeft hierbij dus een doorslaggevende rol in gespeeld en dat zie je direct terug in de manier waarop tijd is georganiseerd. Die standaardisatie begon met een ijkpunt waartoe alle andere vormen van tellen en meten zich konden verhouden. In de cartografie, de ontwikkeling van zeekaarten en de getijdentabellen, was een absoluut nulpunt nodig waarop alle andere metingen gebaseerd konden worden. Op dat moment was Engeland de dominante zeemacht, daarom werd bepaald dat het Engelse Greenwich (observatorium) voortaan zou worden aangeduid als ‘nul graden westerlengte’.

Een cirkel is 360 graden en aan de hand van dit nulpunt konden alle andere plaatsen worden geduid. De structuur van graden werd ook vertaald naar tijd: iedere graad bestaat uit 60 boogminuten en een boogminuut bestaat uit 60 boogseconden. Komt dit bekend voor? Het betekent dat er een directe historische relatie bestaat tussen waar men zich bevindt en de tijd. De internationale standaard voor tijd is de Greenwich Mean Time-zone (GMT): de tijd die aangegeven wordt vanaf nul graden westerlengte. Door deze standaardisatie en meetbaarheid van tijd ontstond een heel nieuwe dynamiek die niemand voorzien had: het waren niet langer alleen de handelsgoederen (de materie zelf) die een economische waarde hadden, ook het element tijd werd deel van die waarde. Er ontstond een relatie tussen verstreken tijd en te verwachten economische of financiële waarde. Hiervoor gebruikt men tegenwoordig de economische investeringsterm ‘return on investment’ (ROI). Voortaan zou het motto ‘Tijd is geld’ de tijd versnellen in onszelf en onze verwachtingen, eventueel ten koste van natuur en mensenlevens (Van Vught, 2016).

Tijd werd letterlijk geld, op veel verschillende manieren. Een voorbeeld: de eerste aandelen ooit ter wereld, die van de in 1602 opgerichte Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), hadden destijds een omgerekende waarde van ongeveer 122 miljoen euro. Vier jaar later was de waarde al verdubbeld en in 1610 keerde de VOC voor het eerst dividend uit. Er kon bijvoorbeeld ook in de terugkeer een schip geïnvesteerd worden. Casanova beschrijft in zijn memoires (1789) een voorval met een Amsterdamse bankier die flink had gegokt op de terugkeer van een schip voor een bepaalde datum. Als het schip voor die datum niet terug zou komen, zou het als verloren worden beschouwd en zouden de aandelen waardeloos zijn. Casanova adviseerde hem om – tegen alle gezond verstand in – de aandelen niet te verkopen, hoewel er al lange tijd niets van het schip vernomen was. Een goede gok, want enkele dagen voor het verstrijken van de tijd voer het schip het IJ op. Tijd was letterlijk geld geworden. De waardetransitie van de VOC zelf zou binnen acht jaar voor iedere aandeelhouder grote sommen geld opbrengen.

Vanaf toen kreeg tijd een betekenis die de wereld zou veranderen. De waarde van geld was niet langer gebouwd op steen en kolen, op grondstoffen of producten, maar op de dan te verwachten waarde in tijd door aan- en verkoop van investeringen via aandelen aan toonder. Ofwel: de waarde na een bepaalde tijd. En zo ging tijd een evolutie in. Het jaagt ons als internationale gemeenschap nog steeds op en heeft ons in de greep. Want tijd die gepasseerd is, kan niet meer terugkomen en teruggekocht worden. Eigenlijk een hele onhandige basis voor economische waarde dus! We zien dit ook terug in hoe we onze organisaties en processen inrichten: de mens wordt vaak als een natuurlijke grondstof gezien en op die wijze ingezet. Vele ambachten en beroepen zijn daardoor uitgehold geraakt; er wordt misbruik van menselijk kunnen gemaakt. Eeuwenlang was het bijvoorbeeld respectabel om postbode te zijn. Maar de postbezorgers van nu moeten met hun witte busjes, onder onmenselijke tijdsdruk online bestelde pakketjes rondbrengen, voor een bedrag waar geen gezin van kan rondkomen. De prijs voor snelheid. Niet alleen daar lijdt men onder chronische uitputting, ook in andere branches zijn de burn-outpercentages ongekend hoog. Niet zo gek, als er stelselmatig meer output vanuit de chronoslogica geëist wordt en er te weinig ruimte voor kairos is.

Richting van tijd

Tijd heeft dus een economische waarde gekregen. Daarnaast gaat de tijd maar één richting op: een dag die voorbij is, komt nooit meer terug. Als mens ben je elke dag dat je leeft een dag dichter bij de dood. Je zou er bijna door gaan geloven dat tijd een schaars goed is. Dit wordt nog versterkt door de snelheid waarmee we willen leven. Hoeveel boeken heb jij nog op een stapel liggen die je allemaal wilt lezen om een beter mens of betere begeleider te worden? We gebruiken vaak de hoeveelheid aan relaties, mogelijkheden en kennis om tot maximaal nut te komen voor onszelf of het doel dat we willen verwezenlijken. Hoeveel contact heb jij op je sociale-mediakanalen met mensen die je maar vaag of helemaal niet kent? Hoeveel van hun gedachten en belevenissen – al dan niet met flitsende foto – schotel jij jezelf dagelijks voor?

Vaak wegen we de tijd, inclusief de tijd waarin we nu leven, slechts mee vanuit een tekort: iets mag niet te lang duren. De waardering die een snel antwoord krijgt, de concurrentie op snelheid van webwinkels, de tijdwinst door het zelf scannen van je boodschappen in de supermarkt, het is allemaal vanuit een gevoel van schaarste wat betreft tijd. Dit, met de overvloed aan keuzes, stimuleert een bijna infantiele instantmaatschappij met weinig ruimte voor verwerking. In de branches waarin deze druk het hoogst is, zie je een grote uitstroom van medewerkers (al dan niet richting zzp’erschap) en een structurele hoge uitval door burn-out. De kwaliteit van leven wordt er dus niet beter op. Stel je voor dat je zou proberen om de zwangerschap te reduceren tot zeven maanden, dat zou belachelijk zijn! Maar toch is dat wat we met veel processen in onze organisaties en systemen willen doen. Het is gemakkelijk om te vergeten dat de dynamiek niet alleen de werkelijkheid creëert waar we persoonlijk aan bijdragen, maar ook aan een onpersoonlijk deel: een bijdrage aan het geheel dat groter en belangrijker is dan jezelf en dat z’n eigen tijd, ruimte en materie kent.

Als je tijd terugbrengt naar een menselijk niveau, dan wordt iets heel anders merkbaar. Er is namelijk geen schaarste aan tijd als je een bent met de tijd als realiteit, zoals de seizoenen die komen en gaan. Ieder seizoen draagt een eigen energie in zich en lijkt een eigen ritme te kennen, waar alle organismen die er niet over nadenken op zijn afgestemd. Dat betekent dat elke organisme een eigen relatie heeft met de natuur en het universum. Niets komt tekort en alles kent een begin en een eind. En alles draagt bij aan de functie van het geheel. Bovendien is er dan een zekere balans door en met de seizoenen en andere ritmes. Deze homeostase is een nauwkeurige afstemming tussen natuurlijke verschijnselen, zoals die zich ook in ons lichaam afspeelt. Elk orgaan, elk deel van ons lichaam heeft een eigen puls, richting en functie.

Wat als we nu vanuit die gedachtegang ons werk zouden doen en ernaar zouden leven? Door er voortaan op te vertrouwen dat we een deel zijn van iets dat groter is dan wijzelf, met een eigen ritme en tempo? Als je je daarop afstemt, kun je een bijdrage leveren dat niet alleen zinvol is, maar ook blijvende impact heeft. Je haasten is dan eigenlijk een belachelijke gedachte. Tijd is er immers in overvloed, want er is precies genoeg op het juiste moment. Een nieuw mens heeft negen maanden nodig voordat het tijd is om geboren te worden, de aarde draait in 365 dagen om de zon en een jaar heeft vier seizoenen. Doordat het zo werkt en we ontdekken hoe dat ongeveer in de tijd werkt, kunnen we ons verplaatsen in dimensies en over de aarde en leren we haar werking beter kennen. Het heeft een grotere betekenis dan we vaak van bewust zijn. Als begeleiders hebben we hier ons werk van gemaakt: het ontdekken van de betekenis van geboorte, leven en dood, de grote seizoenen van ons leven. 

Tijdreizen

Toen mensen voor het eerst de snelheid van een stoomlocomotief zagen, waren ze er bang voor: zo’n snelheid was onmenselijk. En eigenlijk hadden ze wel een punt. Terwijl het niet te vergelijken is met de snelheid van het moderne reizen. We kunnen ons nu sneller verplaatsen dan ons lichaam kan verwerken. Verwerking betekent dat alle delen van jou op dezelfde tijd en plaats zijn: je fysieke, mentale, etherische en astrale lichaam zijn gesynchroniseerd. Wie is er niet uitgeput na een lange autorit? Voor sommige mensen is het door de omschakeling van zomer- naar wintertijd al pittig om opnieuw te synchroniseren, vrijwel iedereen heeft er last van bij langeafstandsvluchten. Ten opzichte van je vertrekplaats kun je met de tijd meereizen, maar ook tegen de tijd in. Je kunt al voelen wat de impact is, als je op oudejaarsdag de beroemde vuurwerkshow in Sydney op tv kijkt: je raakt er een beetje van in de war. Hoe verwarrend zou het dan zijn om die afstand fysiek af te leggen?

De ervaren tijd is dus anders dan de kloktijd van vertrek en de kloktijd op de aankomstlocatie. Het laat zien hoe, wanneer ons lichaam grote afstanden aflegt, er aanpassingstijd nodig is, zodat het geleidelijk kan wennen aan de relatie met de lokale tijd. Uiteraard werkt dit net zo bij kleinere afstanden, het is dan alleen voor de meeste mensen veel minder goed merkbaar.

Een ander interessant aspect hiervan is dat de ervaren tijd door migranten vaak anders wordt ervaren dan door de lokale bewoners. Mensen ervaren de tijd, ruimte en ruimtelijkheid anders in andere landen dan in hun moederland. Bijvoorbeeld bij internationale adopties is hier steeds meer over bekend. Geadopteerden die onderdeel zijn van onvrijwillige verplaatsing en geforceerde migratie, maken vaak een verwarrende periode door bij hun eerste reis naar en in het land van hun oorsprong. Sommigen ervaren een andere, ongekende dimensie, waarbij het land - eigenlijk de geografische realiteit, inclusief het klimaat, de grond en resonantie - op de een of andere manier aan hen trekt. Het is niet ongewoon dat het slaapritme en metabolisme na verloop van tijd een andere ritme en patroon vertoont. Dit speelt tegelijk met de emotionele uitbarsting, die vaak gepaard gaat met een ervaring van lichamelijke ongemak en een gevoel van onbestemdheid. Het is niet moeilijk om je voor te stellen wat een impact dit heeft op een mens en dat hier verwerkingstijd voor nodig is.

Hilbrand neemt in zijn werk met internationaal geadopteerden regelmatig een ongewone relatie met vliegvelden waar. Het lijkt wel alsof een vliegveld voor veel geadopteerden een soort poort naar een andere dimensie vertegenwoordigt. Een poort die het lichaam herkent als een weg terug, naar waar dan ook. Hier komen tijd, ruimte en materie in letterlijke zin bij elkaar; Verleden, heden en toekomst. Opvallend hierbij is er geadopteerden zijn die beter slapen op vliegvelden en in vliegtuigen dan in hun eigen bed. Het doet vermoeden dat het lichaam iets van een eerder opgedane ervaring ervaart. Of zou het groter dan de persoonlijke ervaring zijn en bestaat er zoiets als een algemene factor in de ontwikkeling van de mens die tijd, ruimte en materie beïnvloedt? Door het lichaam kan wat toen gebeurd is, misschien ervaren worden alsof het nu plaatsvindt, een leven lang.

Tijdreizen in het lichaam is een fenomeen dat zeer bekend is in de traumatherapie. De fysieke reacties die waarneembaar zijn bij een posttraumatische reactie, zijn een vorm van herbeleving van het traumamoment. Een trigger brengt de persoon terug in de tijd en het lichaam reageert alsof het direct verbonden is met de ervaring toen het trauma is ontstaan. Met andere woorden: het wordt getransporteerd naar het verleden. We noemen dat ook wel het effect van een werkend traumaresidu. Wat we als begeleiders dus moeten weten en begrijpen, is dat als we met een cliënt werken bij wie trauma een rol speelt en bij wie een onverwerkt traumadeel geactiveerd wordt, de cliënt deels teruggaat in de tijd en er dus niet helemaal bij is (of kan zijn). De cliënt is letterlijk niet helemaal bij de tijd. Het maakt hierbij niet uit of het trauma bekend is bij de begeleider en de cliënt, en het maakt ook niet uit of de activatie bewust of per ongeluk is gedaan. Dit te begrijpen helpt opleiders, trainers en coaches wellicht om de responsstijl van de deelnemer te plaatsen. En om wellecht een persoonsgerichte interventie te doen, om hem of haar betrokken te houden of wellicht de vrijheid te geven even contact te zoeken met het traumadeel, zodat het daarna wellicht minder effect op de energiebalans heeft.

Als begeleiders zouden wij in staat moeten zijn om in de tijd en ruimte van de oncontroleerbaarheid van het leven te kunnen verblijven en te vertrouwen op wat verschijnt. Rosa (2020) waarschuwt dat de drift om te willen controleren eigenlijk een van de bronnen is van agressie en uitbuiting; we moeten dus met andere aandacht bij de les zijn.

Tijd en ruimte maken 

We hebben je meegenomen in verschillende manieren om naar tijd te kijken. We beschouwen dit als algemene ontwikkeling voor een begeleider. Maar hoe vertaalt al deze kennis zich in het ambacht begeleiden? Wat ook het ambacht is van de tijd nemen en ruimte maken, zodat een scheppingsproces kan plaatsvinden en er gelegenheid is voor oncontroleerbaarheid. Wat ons betreft begint dit met een paar voorwaarden en innerlijke meetpunten; innerlijk werk dus. Deze voorwaarden zijn samen te vatten als kwaliteit van aanwezigheid (Bakker, 2018), zowel op individueel als op collectief niveau. Je zorgt dat je als begeleider een zo groot mogelijke kwaliteit van aanwezigheid hebt. Dit doe je door je innerlijke houding heel precies te kiezen, waarbij je a) bereid bent om alles te laten gebeuren, inclusief de meest grote en verschrikkelijke mislukking, b) je lichaam kunt voelen en kunt opmerken hoe het reageert op het proces dat aanstaande is, waarbij je je onthoudt van meningen, projecties en oordelen, en c) bekend bent met eigen allergieën en patronen en weet wanneer deze geactiveerd worden. Als begeleider is dit alles het belangrijkste deel van je werk.

Vervolgens neem je je cliënt mee en stimuleer je dat deze ook een zo groot mogelijke kwaliteit van aanwezigheid krijgt. Zeker wanneer je met een groep werkt, is dit cruciaal voor het proces. Je kunt dit doen door middel van een korte meditatie of een afstemmingsoefening. Een andere techniek is om bij aanvang te vragen voor hoeveel procent iemand aanwezig is en waar dat andere deel zich bevindt of mee bezig is. Op deze manier is ook het ‘niet-beschikbare’ deel aanwezig, zodat het geheel van de persoon er kan zijn. Deze techniek werk ook goed als je met een groep werkt, want kwaliteit van aanwezigheid is op een positieve manier besmettelijk. Je zult merken dat er een congruentie tussen alle delen ontstaat, ook die delen die elkaar inhoudelijk lijken uit te sluiten, evenals synchroniciteit in ervaring. Dit creëert een krachtige, gezonde ruimte waarin het proces zich verder kan ontwikkelen. Het voelt alsof in dat moment werkelijk alles mogelijk is.

Je kunt nog een stap verder gaan en door zit-, sta- en ligoefeningen de cliënt laten ervaren hoe de driedeling tijd, ruimte en materie zich in het lichaam manifesteert. Bij de School van Systemisch Bewustzijn noemen we dit de dichtbij- of dichtheidsoefening: de ervaren fysieke ruimte en materie tussen jezelf en de ander. Je kunt dan ook direct ervaren en voelen in welke zin je (innerlijk) lichaam gaat versnellen of vertragen, en welk effect dat heeft op je ervaring van veel of weinig beweging in je lichaam. Voor de oefening ga je naast elkaar zitten, staan of zitten en neemt een kort moment om te ervaren wat je lichaam waarneemt wat betreft de afstand ten opzichte van de ander: hoe is het om hier naast de ander te zijn? Wat ervaar je in je lichaam?

Daarna noteer je de dichtheid van energie die je hebt ervaren. Dit kun je op veel verschillende manieren uitdrukken: in termen van transparantie, fragmentatie, compactheid of gerichtheid. Maak het daarbij niet metaforisch maar stoffelijk. Mensen die ziek of herstellende zijn, hebben vaak een heel ‘dunne’ energie; iemand die in de rouw is, een teruggetrokken energie. Verliefdheid geeft vaak dikke, naar buiten gerichte energie. Compacte energie komt vaak voor bij grote vastberadenheid, wat bij vechtsporten als een wand van energie ervaren wordt, en die alleen door concentratie van energie en compassie doorbroken kan worden (Ueshiba, Kisshomaru, 1984). Er zijn dus ongecentreerde en gecentreerde energievormen.

Ten slotte zijn tempo, timing en ‘trust’ een goede kapstok. Tempo geeft de snelheid aan, het is de impuls-puls-afwisseling die je laat ervaren of je moet versnellen of juist moet vertragen. Het is een relatie met het ritme van de ruimte ofwel de context van dat moment. Je kunt het daarom ook nooit op dezelfde wijze herhalen. Opnieuw is hier je kwaliteit van aanwezigheid belangrijk. Je moet de impuls kunnen waarnemen en kunnen vertrouwen op de puls die daarop volgt. Met een lage kwaliteit van aanwezigheid, vaak doordat je vasthoudt aan je plannen, ben je ongevoelig voor impulsen van buitenaf en de puls van binnenuit.

Timing gaat over het ervaren van op welk moment wat te doen. Je zou ook kunnen zeggen: ervaren wat de mogelijkheid van dat moment is. Door te bewegen op kairos en dus de gelegenheidstijd toe te passen: de ‘window of opportunity’. Hier hoort ook bij dat je er, als het moment voorbij is, niet achteraf alsnog op ingaat. Je treurt niet om de gemiste kans van een briljante interventie of de herhaling van het succes, maar bent beschikbaar voor de volgende beweging. Dat is trust: je hoeft niet te bevragen, maar je laat je leiden door wat het je biedt. Je ben bereid en beschikbaar om je geheel aan het tempo en de timing over te geven. Als je hier tegen ingaat, zal dat gekunsteld aanvoelen. Vaak roept het ook meteen weerstand op bij de cliënt en is het effect minimaal of afwezig.

Ook hier zie je wat het van jou als begeleider vraagt: je moet je eigen donkere plekken (schaduwdelen) goed kennen, bevriend zijn met je allergieën en de eigen patronen bevragen op hun waarde en relevantie. Daarnaast vraagt het diep vertrouwen in het proces. Dit geeft de waarheid, die zich altijd ergens aandient, een bodem. Als je met deze realiteit van jezelf en de potentiële werkelijkheid van de cliënt kunt zijn, ervaar je de tijd en de ruimte waar een en ander zich afspeelt anders dan iemand die slechts bij de klok leeft. Vertrouwen in het proces betekent in zekere zin: overgave aan het hier en nu, met alles wat daar aanwezig is (Brown, 2010). Geen gemakkelijke opgave en zeker niet iets wat je simpelweg kunt begrijpen zonder het te doen. Door tempo, timing en trust toe te passen, kom je een heel eind en we denken dat het een waardevol effect heeft op het leren ervaren van de ruimte in de tijd.

Tot besluit

Hoe je het ook wendt of keert: je ontkomt er niet aan je te verhouden tot de tijd. Al was het maar omdat je als burger, ondernemer, medewerker of klant voortdurend in contact bent met systemen waarin tijd een cruciale rol speelt. Tijd is immers geld en geld wordt als schaars beleefd. Geen enkel systeem en geen enkele organisatie ontkomt aan het dwingende karakter van de kloktijd, zeker wanneer de tijd vooral als een lijn ervaren wordt. Organisaties richten zich dan onvermijdelijk op versnelling, met als leidraad vernieuwing en verbreding. De vragen die wij als begeleiders krijgen, gaan hier uiteindelijk altijd over. Of dit passend en wenselijk is, is een andere vraag. De manier waarop wij daarmee omgaan is dat we heel precies kiezen voor wie we werken: gaan we aan de slag voor de vraag zoals die gesteld wordt? Dit zijn per definitie de vragen die binnen de bestaande tijd-ruimte-ervaring liggen. Of werken we met de vraag die mogelijk is? Waarmee we automatisch een ander tijd-ruimteperspectief inbrengen? We sluiten dit artikel af met de uitnodiging hier je eigen antwoord op te vinden en op reis te gaan met de verschillende perspectieven die we hebben aangeboden.

Download

Je kunt hier een .pdf met dit artikel downloaden. Bij verspreiding graag met correcte bronvermelding en dank aan het Tijdschrift voor Begeleidingskunde. 

literatuur

Bakker, S. (2018). Rake vragen. Breng beweging in situaties die vastzitten. Het Noorderlicht.

Brown, M. (2010). Het presence proces. Stap voor stap naar het nu. Altemitra.

Capra, F. & Luisi, P.L. (2014). The systems of view of life: a unifying vision. Cambridge University Press.

Casanova, G. (1994). Het verhaal van mijn leven, Dl. 5. De jacht op geld. Athenaeum-Polak & Van Gennep.

Giorgi, A. (1976). Fenomenologie en de grondslagen van de psychologie. Boom.

Groos, G.A. & Rietveld, W.J. (1981). De biologische klok. Natuur en Techniek, 49 (1), pags.

Han, B.-C. (2020). De palliatieve maatschappij. Ten Have.

Heidegger, M. (1927). Zijn en tijd. Sun/Boom.

Jung, C.G. (1). Synchroniciteit. Lemniscaat.

Leijssen, M. (2007). Tijd voor de ziel. Lannoo.

Oegema, J. (2012). De stille stem. Niet weten als levenshouding. Nieuw Amsterdam.

Rosa, H. (2015). Leven in tijden van versnelling. Boom.

Rosa, H. (2021). Resonance: a sociology of our relationship to the world. Polity Press.

Rovelli, C. (2017). Het mysterie van de tijd. Prometheus.

Scherpenisse, J. (2019). Tucht van de tijd. Over het tijdigen van bestuur en beleid. Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Ueshiba, K. (1984). Dit is aikido. Altamira Becht.

Voigt, J. (2008). Leven en werken in het ritme van de seizoenen op basis van de I Tjing. Ef & Ef Media.

Vugt, E. van (2016). Roofstaat. Wat iedere Nederlander moet weten. Nijgh en Van Ditmar.


Over de schrijver

mis geen enkele blog

Deze post is onderdeel van de serie met tweewekelijkse inspiratiemails. Is de post naar je doorgestuurd? Meld je aan en krijg veel meer van dit soort inspiratie.
je gegevens zijn veilig en worden nooit met derden gedeeld
Siets Bakker