Vragen hoeven niet begrepen te worden, ze hoeven slechts uit te nodigen.
Rake Vragen: de praktijkschool voor systemisch werken
€ 59,95 exclusief BTW
De Rake Vragen aanpak
intervisie op het hoogste niveau
- We nemen intervisie serieus. Onze intervisiebegeleiders zijn goed getraind en zeer ervaren.
- De achtergrond van onze intervisiebegeleiders is zorg, onderwijs en leiderschap: precies die vakgebieden waar intervisie het verschil maakt tussen gewoon maar wat doen en vanuit professionaliteit werken.
- Onze intervisiekaartenset bestaat uit 55 Rake Vragen speciaal ontworpen om tijdens intervisie te gebruiken, met 7 uitgewerkte methodes, voor variatie met behoud van diepgang. Natuurlijk in een mooie uitvoering, hoge kwaliteit.
Basis methode
Methode 1
- Begin met de verkenningsvragen. Elk intervisielid kiest één kaart en stelt zijn of haar vraag wanneer het eigen moment daar is. De inbrenger – degene die het vraagstuk heeft ingebracht – geeft antwoord. Staat er een doorvraag op het kaartje? Dan mag je die natuurlijk ook stellen! Luister je mee en schiet er een goede vraag te binnen? Schrijf ‘m vooral op voor later.
- Na de eerste ronde met verkennende vragen, ga je door naar ronde twee: de verdiepingsvragen.
- De gespreksleider zorgt ervoor dat het gesprek soepel verloopt, kaders bewaakt, een veilige sfeer creëert en ook stiltes durft te laten vallen. Zo krijgt iedereen de ruimte om na te denken en te voelen wat er speelt.
- Na de verwonder-vragen is er ruimte voor de vragen die je hebt opgeschreven. Stel ze gerust, zolang ze bijdragen aan het verder ontrafelen van het vraagstuk. De inbrenger bepaalt of een vraag helpend is.
- Let op: in de laatste ronde draait het om de inbrenger. Het gaat niet om de meningen van de andere deelnemers. De begeleider bewaakt dit en zorgt dat het vraagstuk niet opnieuw wordt besproken of beoordeeld. De inbrenger heeft altijd het laatste woord!
Kwaliteit
Methode 2
Deze methode is heel geschikt als de sjeu er een beetje uit is. Je bent bij elkaar, je hebt er eigenlijk niet zo’n zin in maar wilt toch iets doen.
- Ga in een cirkel zitten, zet de spinner in het midden.
- Ieder krijgt een stapeltje kaarten.
- Draai de spinner.
- Degene naar wie de spinner wijst, pakt de bovenste vraag en leest de vraag voor.
- In de eerste ronde, met de klok mee, zegt ieder waar hij/zij gelijk aan moest denken toen de vraag voorgelezen werd. Je reageert niet op elkaar, zorg dat er flink tempo in de antwoorden zit maar dat het wél in contact met jezelf en elkaar blijft.
- In de tweede ronde vertel je elkaar waar en hoe in je lichaam je de vraag kunt registreren. Kreeg je een krampje ergens? Veranderde je ademhaling? Werd het warm, of werd je ineens moe? De antwoorden maken niet zo heel veel uit. Deze ronde is een speelse training in het leren herkennen van jouw eigen fysieke reacties.
- In de derde ronde ga je de vraag herformuleren. Ieder maakt een variant op de originele vraag. Je mag zeggen ‘pas’. Doe het net zo lang tot je of heel hard lachen moet, of er echt geen vragen meer zijn.
- Sluit af met waar je de anderen voor wilt bedanken in het uitvoeren van deze methode.
Spinner met vragen
Methode 3
- Ieder neemt een stapeltje met kaarten.
- Ieder neemt voor het spinnen een lastige situatie in gedachten, vertel er niemand over. Je kunt eventueel je lastige situatie vooraf opschrijven.
- Ga in een cirkel om de spinner met het pijltje zitten.
- Draai de spinner. Degene naar wie de spinner wijst, pakt een willekeurige vraag en stelt deze hardop.
- De anderen, met de klok mee, geven antwoord op de vraag in relatie tot ieders eigen persoonlijke lastige situatie (die de anderen dus niet kennen).
- Sluit af met de vraag ‘wat is je in deze ronde duidelijk geworden?’
Eenvoudig(e) vragen
Methode 4
- Leg de kaarten om de spinner heen.
- Voor je de spinner draait spreek je met elkaar af waar de vraag over zal gaan. Bijvoorbeeld over: een check in met elkaar, je eerste gedachte als je de vraag hoort of een vraag die een richting van de oorsprong van een probleem aangeeft (of juist een oplossingsrichting!)
- Draai de spinner en reflecteer op de vraag die je krijgt.
Coachgesprek
Methode 5
- De vragen voor de gespreksleider zijn voor de coach. Ze kunnen ingezet worden als doorvraag, om een situatie vlot te trekken of te verdiepen waar nodig.
- De kaarten liggen in stapeltjes op tafel.
- De coachee omschrijft de situatie die hij/ zij wil bespreken.
- De coachee trekt met de vraag in het achterhoofd een kaart uit de stapel verkennende vragen. Deze vraag wordt beantwoord.
- Daarna trekt de coachee één of twee kaarten uit de stapels verdiepen, verbinden, verwonderen en verlaten en beantwoordt de vragen.
- De coach begeleidt het gesprek, gebruikt de witte kaarten waar nodig.
Met deze kaarten kun je ook zonder coach je vraagstuk van verschillende kanten bekijken:
- Je volgt de stappen die beschreven zijn in de handleiding voor de coach en je geeft antwoord op de vragen die je tegenkomt.
- Trek een kaart waarvan je denkt dat die niet passend is, vraag je dan vooral af wat maakt dat deze vraag niet past. Leg de vraag even aan de kant en pak in de laatste stap deze kaart er nog eens bij.
Spelen
Methode 6
- Ga in een cirkel zitten, zet de spinner in het midden, geef iedereen een een stapeltje kaarten en draai de spinner.
- Degene naar wie de spinner wijst, pakt de bovenste vraag en leest de vraag voor.
- In de eerste ronde, met de klok mee, zegt ieder waar hij/zij gelijk aan moest denken toen de vraag voorgelezen werd. Je reageert niet op elkaar, zorg dat er flink tempo in de antwoorden zit maar dat het wél in contact met jezelf en elkaar blijft.
- In de tweede ronde vertel je elkaar waar en hoe in je lichaam je de vraag kunt registreren.
- In de derde ronde ga je de vraag herformuleren. Iet zo lang tot je of heel hard lachen moet, of er echt geen vragen meer zijn.
- Sluit af met waar je de anderen voor wilt bedanken.
Stomme vragen
Methode 7
- Ga in een cirkel zitten zodat de spinner naar een van de aanwezigen kan wijzen en verdeel de kaarten over de aanwezigen. Geef ieder een willekeurig setje. Ieder kiest uit de eigen kaarten de beste en de stomste vraag.
- Bepaal een collectief thema dat voor ieder relevant is.
- Draai de spinner. Degene naar wie de pijl van de spinner wijst, leest zijn/haar beste vraag voor. Degene die daar tegenover zit, waar de botte kant van de spinner naar wijst, leest zijn/haar voor.
- Verken met elkaar de vragen, 2 minuten per vraag. Zet een timer. Wees het in deze ronde structureel oneens met elkaar tot de timer gaat.
- Doe nog een ronde, nu met de oriëntatie inzichten te verzamelen die je verder brengen. Als de timer gaat, neem even pauze.
- Sluit daarna samen deze sessie af.
Online
Methode 8
- Online intervisie gaat misschien nog wel makkelijker dan met elkaar in dezelfde ruimte. In elk geval de planning is makkelijker!
- Gebruik al je ervaring, kennis en fantasie om je eigen versies uit te vinden.
- Of ga naar rakevragen.com/onlineintervisie voor inspiratie en werkwijzen die wij graag gebruiken.